Kinderpraat

Verwachting vs. realiteit

Verwachting vs. realiteit.
Mijn verwachting en dan de uitwerking ervan. Ja, wat zullen we ervan zeggen.

Schermtijd.

Mijn kinderen zouden echt weinig tot geen schermtijd hebben. Wij zouden zo’n gezin zijn die alleen maar bordspelletjes doet, cupcakes bakt in het weekend en dansend door het leven zouden gaan. Ik heb nog geen cupcake gebakken in 7,5 jaar en bordspelletjes is/was altijd een bijzondere bijeenkomst met kinderen die, zeg maar, niet graag verliezen en instant veranderen in fucking ninja’s. Na de tijd kon ik pionnen uit plantenpotten vissen en het bord moest hier en daar weer wat bij elkaar gesjoemeld worden met tape. Het: “je gaat nu op je iPad of ik neem de iPad een week in beslag” ontbreekt er nog net aan.

Schreeuwen.

Ik zou nooit schreeuwen naar mijn kinderen. Nooit. Damn, nooit is een groot woord, vind je niet? Mijn kinderen zouden opgroeien met het idee dat alles fluisterend, zingend en met bloemetjes uit je kont werd geregeld. Well, think again, we spelen hier nog niet een spelletje ‘wie het hardst schreeuwt, krijgt een nieuwe koptelefoon.’ Je hebt tegenwoordig gewoon van die geluidstille oordoppen toch? Je hoort dan niks meer om je heen? Doe mij een paar. Of 10 paar.

Krijsen op de grond in de supermarkt.

Nou, ik kan inderdaad zeggen dat mijn kinderen nooit op de grond in een supermarkt, of welke winkel dan ook, zijn gaan liggen om vervolgens een compleet heavy methal concert te spelen. Award voor beste moeder gaat naar.…. Ja, hartstikke leuk, maar er is meer dan een supermarkt. Heb jij weleens hoogzwanger een peuter krijsend en vechtend uit de Peuterspeelzaal moeten sleuren, terwijl ze zichzelf vastklampt aan zo’n kindertafel, omdat ze niet naar huis wilde? Ik bedoel, girl really, die tafel weegt niks en zit niet vastgelijmd aan de grond. En dan die blikken van die leidsters onderling: “bel jij jeugdzorg of doe ik het?” Ze konden wel denken dat ik haar dagelijks onder de tegels door trap. Maar goed, ik ga het verder niet hebben over dat ik, blijkbaar, hetzelfde deed op die leeftijd. Mijn moeder zou zeggen: ‘het klinkt me als muziek in mijn oren’. Dat heeft zij ook weer van haar moeder. Ik ga dit later ook zeggen, of niet?

Vloeken en al het andere taalgebruik.

Over het algemeen gaat dit okay. Ik heb ze in ieder geval proberen uit te leggen dat je niet ‘godgloeiende godver de godver’ kan zeggen in de klas, omdat meester vraagt om je werkboek te pakken. Maar ‘fuck de duck’ is ook een bekende uitspraak van mij. Ik dacht dat ik aardig voorzichtig was, maar ze hebben oren als een grote wasmot he. Die horen alles! Ik laat iets uit het keukenkastje vallen en ik zeg, dacht ik, zachtjes in mezelf: ‘fuck de duck!’. Ik bedoel, ik wist dat er kleine oortjes achter mij stonden. Hoor ik ineens: ‘ik wil ook fuck de duck.’ Nee, dat wil je niet. *facepalm

Kinderfratsen

Kinderfratsen.
Het is soms grappiger dan een cabaret show en soms frustrerender dan je pincode vergeten bij de kassa met een rij mensen van 1 kilometer die achter je staan te wachten. Zuchtend.

  1. Tandenpoetsen: Ik in het weekend of vakantie: “jongens, komen jullie even tandenpoetsen?” – Midddelste kind: “waarom? We hebben toch vrij van school?” Zie je het al voor je, zes weken lang niet tandenpoetsen? *insert lame face
  2. Buikje vol: Een van de kids, maakt niet uit welke, met nog minimaal 5 happen eten in het bord: “ik zit zóóó vol, mama.” Wat er nog allemaal in gaat daarna: vla, 2 appels en een halve kaas. Pick your battles, zullen we maar zeggen. *insert sigh face
  3. Schoolrun. Kids: “moeten we voor om of achter om?”. Ik: “de fiets staat achter huis, dus achter om!” Deze vraag en antwoord spel wordt zo’n 15 minuten herhaald. Wanneer het dan tijd is om daadwerkelijk te gaan en moekes ook eindelijk een jas en schoenen aan heeft, waar staat iedereen dan? Juist, bij de voordeur. *insert tired face
  4. Buiten zwembad. Neem zo’n groot buiten zwembad van meters bij meters. Weet je wel, zo’n Bestway zwembad. Is leuk voor de kids. Nou, laat ik je dit zeggen: HET IS NIET LEUK! Voor niemand. We staan letterlijk 1,5 uur dat gevaarte op te bouwen. We zijn een compleet uur bezig om dat bad te vullen, want dat straaltje door die tuinslang is nog dunner dan een lintworm. Van ellende vullen we ook maar emmers heet water, zodat het water niet super koud is, maar een beetje koud. Met zweet in de reet roepen we enthousiast: “kom er maar in kindertjes!”
    [15 minuten later] “Het is koud! Ik wil eruit!” en dan al dat snot vermengt met tranen. *insert screaming face
    Zwembadje kopen? Iemand?
  5. Roze vs. Zwart. Mijn dochter is opgegroeid met kleding in de kleuren zwart/wit/grijs. Lekker makkelijk door te schuiven naar het eventuele volgende kind. Zolang er nog geen mening uit komt, leef ik me uit met mijn smaak. Toen kreeg ze een mening en moest alles roze. Alles. Van kamer tot aan haar ondergoed. Wat jij wil, kind. Ik ben de beroerdste niet. Alles prinsessen, kroontjes, hakjes en sieraden. Elsa voor en Elsa na. Ik was (ben) meer Olaf fan. Na twee jaar kon de roze muur op haar kamer kon wel een opfrisser gebruiken. Dus, een complete zaterdag gevuld met een roze roller in m’n handen en KISS uit de speakers. Amper een halfjaar, een hálf jaar later (amper!), richting pre-puber fase, verdween het roze langzaam: “ik hou van zwart!”. Ik geef ook weer niet te snel toe natuurlijk. Niet teveel verwennen die koters. Ondertussen sliep ze heel veel bij haar broertje op de kamer. Vinden ze gezellig! Ik dacht dus dat het kwam door haar gegroeide haat voor roze. Weet je wel, dat ze er niet meer wilde slapen. Na een jaar was haar favoriete kleur nog steeds zwart, dus hoppa, kamer leeg, WhiteSnake door de speakers en met een zwarte roller aan de slag. Zwart bureau met zo’n mooi houten blad gekocht. Ze vindt het prachtig. Ik ook, want het is een tijdloze, lees TIJDLOZE, kamer. Voorlopig hoef ik niet weer. Haar kamer is nu ongeveer 4 maanden nieuw en ze slaapt ongeveer zo’n 3 maanden, 3 weken en 5 dagen bij haar broertje op de kamer: “ik kan niet alleen slapen!” *insert crying face

Drie

Studiedag.

Vandaag hebben de oudste twee vrij van school. De oudste is de hele dag naar haar vriendje uit de klas. De jongste heeft gewoon zijn ochtendje Peuterspeelzaal. De middelste heeft dus de ochtend van zijn leven. Complete rust. Geen klein broertje die alles wil vragen, wil weten en wil doen. Niet een grote zus die alle aandacht opeist.

Helemaal zen. Rustig met LEGO spelen. Alle blokjes voor hem alleen. Rust.

Drie kinderen. Ik zeg weleens; ‘het is er eentje te veel of eentje te weinig’. Niet dat we er nog iets aan kunnen of gaan (laat dát even duidelijk zijn!) doen, maar hé, that’s not the point. Het is in ons huishouden wel gewoon een feit. Er wordt altijd eentje buiten gesloten, en dat is vooral de jongste, zo’n 99,99999997% van de tijd. Dat merkte ik vroeger met spelen zelf ook wel. Groepjes van drie is zelden een goed idee. De jongste is drie jaar en echt een directeur. Ja, zo noemen ze ‘m zelfs op de Peuterspeelzaal. Ik verzin dit niet. Hij wil overal aan meedoen, alles bepalen, alles willen kunnen doen, maar het gewoon net niet kunnen bijbenen of iets dergelijks. En dat vinden die oudste twee gewoon vervelend (gewoon stront irritant, maar oke).

Leeftijdsverschil tussen de oudste en de jongste is vijf jaar. Dat is waarschijnlijk gewoon te groot voor nu. Als iedereen weer een paar jaar ouder is, zullen de jongens misschien meer naar elkaar toe trekken. De jongens kunnen heel goed samen spelen als hun zus er niet bij is. De middelste, het woord zegt het al, valt er gewoon inderdaad tussenin en hij trekt dan toch liever naar ouder dan naar jonger.

Voor nu was deze ochtend, met super weinig prikkels en veel zen perfect voor deze grote (kleine) jongen.

Bastogne koekje.

De 3-jarige heeft een saus-schaaltje vol met Bastogne koekjes. Klinkt als een suikerfestijn, maar het waren er maar 4. Ja, ‘maar’ 4. Zijn vader pakt er ééntje uit zijn schaaltje en legt het koekje bij mijn thee.

3-jarige: “Hé! Mag niet!”
Ik: “Nah, ik ben toch je vriend?”
3-jarige: “Nee, je bent gewoon mama.” (Sidenote: een gewone, niet een speciale dus…)
Ik: “Maar als ik dus je mama ben, dan mag ik toch wel een koekje?”
3-jarige: “Ja, toch wel. Papa ook eentje.”

Hashtag-opvoedinggeslaagd
Vind ik.

Follow my blog with Bloglovin